*

 Maandag 26 maart 2012

Kinderboekenweek op en in het water

Marieke Henselmans − 24/09/02, 14:24

De Kinderboekenweek, dat betekende vroeger: veel aandacht voor de Griffel-winnaars en een Kinderboekenweekgeschenk. En dat was het. Inmiddels is het een enorm circus geworden met tal van activiteiten voor kinderen en ouders.

Het Kinderboekenweekgeschenk 2002, Boris en het woeste water, geschreven door Rindert Kromhout, gaat over een jongen die bang is voor (het woeste) water. Het is een fantasievol, modern sprookje. Tante Jo en dunne Dirk runden een eethuis bij een bocht in de rivier. Daar waar de veerpont de reizigers over de rivier zette. Door de komst van een brug zijn Jo, Dirk en de veerman werkloos geworden. Als Boris op een dag komt binnenlopen, vragen ze niet wat er gebeurd is, waar Boris vandaan komt, waarom hij niet bij zijn vader en moeder is gebleven. Ze gaan ervan uit dat hij dat op een dag wel uit zichzelf zal vertellen. Ze vinden hem leuk en willen hem houden.

Nu Jo en Dirk werkloos zijn, zoeken ze manieren om een avontuur te beleven. Ook de veerman heeft een wens: hij wil het raadsel van een aan hem gestuurd, onleesbaar boek opgelost hebben. Dirk en Jo besluiten op een vlot de rivier af te zakken om avonturen te beleven en het raadsel oplossen. Boris is bang voor water, maar wil ook bij Jo en Dirk blijven, de enigen die hij heeft. Moet hij hun vertellen over wat er gebeurd is met hem, zijn vader en moeder, die dag aan zee? Dan zouden ze begrijpen dat hij niet op het vlot durft. Maar hij wil of kan het nog niet vertellen, vermant zich en gaat mee.

Ieder kind kan wel iets van zichzelf in dit verhaal herkennen, juist doordat het in vrijwel niets overeenkomt met een gemiddeld Nederlands kinderleven. Ieder kind heeft wel iets waar hij verdrietig over is, waar hij zich voor schaamt, of heeft een probleem waarvan hij denkt dat hij het zelf heeft veroorzaakt. En wie snapt niet die aanstekelijk beschreven hang naar avontuur? Alle grote gevoelens (angst, verdriet, schuldgevoel, nieuwsgierigheid, liefde en gebrek eraan, gevoelens van overbodigheid) worden door Kromhout lichtvoetig door het verhaal gevlochten. En alles komt goed. De bozige waterwachter die in de rivier de weg verspert, wordt gekoppeld aan een groep dames die met z'n allen op zoek zijn naar een man. Voor enkele vervuilde kinderen die door hun ouders zijn weggestuurd, wordt een oplossing gevonden. Tante Jo en dunne Dirk beleven avonturen, het raadsel van het onleesbare boek wordt opgelost. En voor Boris ziet het leven er aan het eind van het verhaal een stuk gunstiger uit dan in het begin. Het boek is prachtig en sprekend geïllustreerd door Sylvia Weve.

Rindert Kromhout is een van de weinige kinderboekenauteurs bij wie kwaliteit, toegankelijkheid én populariteit hand in hand gaan. Dat wordt vaak over het hoofd gezien bij de steeds terugkerende discussie over de vraag of boeken voor kinderen literaire hoogstandjes moeten zijn, of leuk en makkelijk. Kromhout is een ervaren kinderboekenschrijver. In 1978 verscheen zijn eerste boek. Hij werkt al vele jaren samen met verschillende top-illustratoren, zoals Jan Jutte (die 25 boeken van hem illustreerde), Sylvia Weve en Annemarie van Haeringen. In 1990 ontving Kromhout voor het eerst de prijs van de Nederlandse Kinderjury, het jaar daarna de Zilveren Griffel voor Peppino. Zijn boeken werden later vaker genomineerd, werden verkozen door de Kinderjury en kregen literaire prijzen. Bij de meeste auteurs is het óf een Griffel óf de kinderjury. Bij Kromhout was het allebei. Zijn boeken zijn inmiddels vertaald in het Duits, Deens, Zweeds, Frans, Spaans, Portugees, Catalaans, Italiaans, Japans en Koreaans. Een ander pluspunt van Kromhout is zijn constante productie. Er zijn bijna tachtig titels van hem verschenen. In 2000 organiseerde het Haagse Kinderboekenmuseum een tentoonstelling over zijn kinderboeken. Kromhout is een goede keus van het CPNB, en zijn boek is een leuk geschenk.

Voor peuters en kleuters is er geen geschenk, maar wel een boekje dat ter gelegenheid van de Kinderboekenweek voordelig door de boekhandel wordt aangeboden. Het heet Dag hoed en bestaat uitsluitend uit krachtige illustraties van Rotraut Susanne Berner. Gave tekeningen zijn het waarop een boel is te zien. De hoed uit de titel verwisselt op iedere pagina van eigenaar. De twaalf dubbele pagina's tonen steeds een maand van het jaar. Leuk om er zelf tekst bij te verzinnen of dat door de kleuter te laten doen.

Wie geen idee heeft wat te kiezen uit de talrijke water- en bootboeken die volgende week worden aangeboden: voor kinderen die net met zwemles beginnen, is Kopje onder van Augusta Verburg een aardig, subtiel boekje. Quinten is net als Boris van het geschenkboekje bang voor water, en niet zonder reden. Als hij met ouders en zusje naar hun pas gekochte, eigenlijk te dure boot gaat kijken, valt hij van de steiger, en het scheelt niet veel of hij verdrinkt. Vanaf dat moment is Quinten bang voor 'het watermonster' in elke vijver, sloot of zwembad waar hij langskomt. Met zijn zakmes maakt hij een sneetje in het waterbed van zijn ouders om te checken of het monster zich daar niet heeft verstopt. Bij zijn eerste zwemles bedingt hij dat hij de hele les aan de kant mag blijven staan, om eerst een beetje te kijken. Zijn moeder begrijpt dat Quinten zijn angst zelf moet overwinnen, maar vader heeft minder geduld. 'Je gaat toch niet dood van een beetje water! En ik ben toch ook niet bang?', zegt hij. Dat klopt maar voor een deel. Vader is niet bang voor water, maar wel voor iets anders. Quinten is bovendien in een ander opzicht juist weer heel dapper. De altijd sterke en subtiele illustraties van Harmen van Straaten spreken boekdelen.

Rindert Kromhout: Boris en het woeste water.
Illustraties Sylvia Weve.
CPNB, cadeau bij besteding van ¿ 8,88 aan kinderboeken.

Rotraut Susanne Berner: Dag hoed.
CPNB, ter gelegenheid van de Kinderboekenweek; ¿ 2,25.

Augusta Verburg: Kopje onder.
Illustraties Harmen van Straaten.
The house of books; ¿ 9,50.

mailIcon print